Interview met Hendrik van Aken van Hof Berkhöfel

Hendrik van Aken
Hendrik van Aken - Algemeen directeur Hof Berkhöfel & Niederrhein Destille

Het interview vond plaats op 05.11.25 bij Niederrhein Destille in Bedburg-Hau.

Lars Aspermühle:


Laten we dan maar beginnen. Wie ben jij? Vertel eens wat over jezelf.

Hendrik van Aken:

Ik ben Hendrik von Aken, ik ben 29 jaar oud en ik ben eigenlijk geboren in Osnabrück. Ik ben echter hierheen verhuisd toen ik 3 jaar oud was en mijn belangrijkste vormingsfase was dus natuurlijk hier in de regio Niederrhein.

Ik voel me daarom verbonden met deze regio en ben hier opgegroeid met boomgaarden en schapen, omdat dit altijd een hobby van mijn ouders was. Daarom is het nu zo'n belangrijk onderdeel van mijn leven.

Ik heb heel duidelijke jeugdherinneringen aan appelsap in het bijzonder. Vanaf mijn 4e maakten we sap met de oude houten sapcentrifuge. Die smaak nu weer in een glas is wat ik van kinds af aan heb gedaan. Daar komt mijn enthousiasme voor natuurbehoud en cultuurlandschap vandaan.

Ik ben ook directeur van Niederrhein Destille en de boerderij Berkhöfel.

Niederrhein Destille
Distilleerderij Niederrhein

Lars Aspermühle:

Tussentijdse vraag. Heb je een leertijd en zo ja, welke?

Hendrik van Aken:

Ik doe momenteel mijn master landbouw aan de deeltijdschool in Münster. Op dit moment ben ik gezellenboer.

Verder ga ik graag naar LARP-evenementen, oftewel middeleeuwse festivals.

Dat doe ik graag in mijn vrije tijd omdat het eigenlijk heel goed te combineren is met werk. Ik vind het echt spannend in mijn vrije tijd, maar we hebben daar ook marktkramen.

Lars Aspermühle:

Ah ja, dus je verkoopt daar ook je boerderijproducten en je distilleerderijproducten op de festivals?

Hendrik van Aken:

Precies. Er zijn daar zoveel mensen die dat echt waarderen.
Als ik daar mijn verhaal vertel, dat ik mijn eigen producten verbouw, oogst en verwerk, en dat ik mijn eigen marketing en verwerking doe, alles uit één hand, dan slaat dat heel goed aan. Het is echt leuk.

Dat is een heel ander klantenbestand.

Er is geen sprake van "Waarom is het zo duur?" of iets dergelijks. Daar is gewoon geen sprake van.


Stand Niederrhein Destille Mittelalterfestival

Lars Aspermühle:

Interessant, maar dat kun je in jouw geval goed uitleggen, waarom het duurder is.

Hendrik van Aken:

Natuurlijk, als iemand vraagt waarom het duurder is in vergelijking met een ander product, dan kunnen we dat heel goed uitleggen.

Het is ook fijn om klanten te hebben die goede producten waarderen.

Lars Aspermühle:

Dat klopt. Bij ons is het net zo, wij zijn ook niet de goedkoopste, maar we bieden wel hoge kwaliteit.

Hendrik van Aken:

Ja, ik zeg altijd dat het goedkoop is omdat het heel goede kwaliteit is voor een redelijk goede prijs.

Lars Aspermühle:

Dat ben ik met je eens. En goedkoop kan iedereen.

Hendrik van Aken:

Precies, en in mijn ogen is dat ook een doodlopende weg als het om eten gaat. Naar mijn mening is goedkoop geen positieve eigenschap voor voedsel of voor welk product dan ook in het algemeen. Dus goedkoop betekent slechte kwaliteit tegen een lage prijs.

Lars Aspermühle:

Het is alleen jammer dat veel mensen dat niet zo zien en dan zeggen: "Ik ga de nieuwste smartphone kopen, de nieuwste tv, maar dan ga ik ergens in de discountwinkel op zoek naar de volgende aanbieding voor mijn boodschappen". Dat is een beetje vreemd.

Hendrik van Aken:

Ja, precies, dus ik zou eigenlijk zeggen dat het beter is om het precies
andersom te doen, dat je de beste kwaliteit voedsel koopt. Dat houdt je gewoon gezond. Het is een goede investering op de lange termijn.

Lars Aspermühle:

Je zegt net dat het voor je ouders eigenlijk allemaal als hobby is begonnen, met boomgaarden.

Streuobstwiese
Boomgaardweide met schapen

Dus jullie zijn een familiebedrijf, maar je ouders hebben oorspronkelijk geen boerenachtergrond?

Hendrik van Aken:

Nee, het was altijd een jeugddroom van mijn ouders om op een boerderij te wonen, een gezin groot te brengen en een klassieke familieboerderij te hebben, maar dat was ze gewoon niet gegund.

Mijn opa is opgegroeid op de boerderij en toen is de boerderij opgegeven in de generatie van mijn opa. Sindsdien is de hele familie gemotiveerd om weer te gaan boeren. Mijn ouders hebben thuis altijd een grote moestuin gehad en hun eigen kippen. Later hielden ze hun eigen schapen.

Maar het was altijd maar een hobby in hun vrije tijd. Toen werd het zo groot dat het een bijzaak werd.

Toen werd de LIKK-vereniging opgericht. Mijn ouders waren er vanaf het begin bij betrokken, zowel in de vereniging als als stichtende leden.

Lars Aspermühle:

Waar staat LIKK voor en wat doet het?

Hendrik van Aken:

LIKK staat voor Landschaftspflege im Kreis Kleve e.V.

Het komt erop neer dat mijn ouders en hun vrienden de noodzaak van landschapsbehoud, cultuurlandschapsbehoud en natuurbehoud gewoon in een andere context zagen dan wat de NABU doet.

De volgende video introduceert de NABU in de regio Niederrhein.


Lars Aspermühle:

Misschien is dat logisch aan de Nederrijn, omdat daar veel landbouw is?

Hendrik van Aken:

Ja, precies. In ieder geval zijn er relatief veel biotopen die het waard zijn om beschermd te worden en die gewoon in een slechte staat verkeerden en soms nog steeds verkeren. Boomgaardweiden zijn daar één van de belangrijkste van.

NABU is zeer actief in het onderhouden en beheren van feitelijke natuurgebieden en zorgt er vervolgens voor dat deze in goede staat verkeren, bijvoorbeeld in de Kranenburger Bruch. Maar er is gewoon een gat in de boomgaarden.

Er is nu de LIKK en een paar andere verenigingen aan andere kanten van de Rijn.
NABU in het zuidelijke district is veel actiever in de bescherming van boomgaarden, maar hier in het bovendistrict, in het noordelijke district, was er nog niets.

NABU had eigenlijk genoeg te doen met de Kranenburger Bruch en natte weiden. Daarom werd de LIKK opgericht om boomgaarden en natuurgebieden te begrazen.
Mijn ouders waren erbij betrokken en hielden ook privé schapen om weilanden te begrazen die bij de vereniging hoorden.

Anmwerkung Aspermühle: Nabu is verantwoordelijk voor de volgende projecten in de regio Niederrhein

Lars Aspermühle:

Dat zou ook het verzorgen van de boomgaardweiden zijn, het begrazen met schapen?

Schafe unter Apfelbaum

Hendrik van Aken:

Ja, precies, dus het is er één onderdeel van, maar er zitten meerdere aspecten aan.

Onderbegrazing vindt in eerste instantie alleen plaats om het bestaande afgevallen fruit verstandig te verwijderen, want als daar afgevallen fruit ligt, kan ongedierte zich in het fruit voortplanten.

In het geval van kersen is het bijvoorbeeld bijzonder belangrijk dat deze onder de bomen worden opgeruimd, omdat de fruitvlieg zich anders gewoon massaal kan vermenigvuldigen.

Als hij een volledige oogst kersen heeft waar hij het echt naar zijn zin heeft, dan heeft hij zeker veel meer potentieel om volgend jaar nog meer schade aan te richten.

Aspermühle noot:

Boomgaardweiden maken deel uit van het cultuurlandschap en bestaan meestal uit verschillende boomsoorten en variëteiten van hoge fruitbomen met een gespreide kroon die onderbegrazing mogelijk maken.

Vanwege hun belang voor de biodiversiteit en de traditionele fruitteelt werden boomgaardweiden in 2021 door Unesco uitgeroepen tot immaterieel cultureel erfgoed.

Volgens Wikipedia verwijst immaterieel cultureel erfgoed (ICH) naar culturele uitingen die rechtstreeks worden ondersteund door menselijke kennis en vaardigheden, die van generatie op generatie worden doorgegeven en voortdurend worden gerecreëerd en veranderd.


Lars Aspermühle:


Dat is al een beetje een inleiding tot het onderwerp ongediertebestrijding.

Hendrik van Aken:

Ja, en circulaire economie, waarom boomgaarden zichzelf in omloop houden als ze goed verzorgd worden.

Maar een heel groot aspect is ook boomverzorging, dat betekent dode oude bomen verplanten, jonge bomen een trainingssnoei geven of bomen die in de hoofdopbrengst staan in de hoofdopbrengst houden. En dat is gewoon snoeiwerk.

Dat is een heel groot aspect dat ook veel tijd in beslag neemt.

Lars Aspermühle:

Dus je moet ook weten hoe je moet snoeien?

Hendrik van Aken:

Precies, je kunt niet zomaar zeggen ik ga een beetje snoeien.

En daar kwam LIKK natuurlijk om de hoek kijken en bood trainingen aan.

De mensen die betrokken waren bij LIKK hebben zichzelf ook getraind om gewoon hun kennisbasis uit te breiden. Er gebeurde daar 30 jaar lang niets en weilanden werden niet onderhouden of gesnoeid.

Daarom zijn de oude boomgaarden aan de Nederrijn in een behoorlijk slechte staat.


In deel 2 van de volgende BR-video met Max Schmidt kun je zien hoe je fruitbomen snoeit. Deel 1 vind je verderop in de tekst.


Lars Aspermühle:

Ik ken nu maar één Streuobstwiede, in Bedburg-Hau, bij de oude spoorlijn, vlak naast de golfbaan.

Hendrik van Aken:

Dat is toch die voor het bos bij Schloss Moyland?

Lars Aspermühle:

Ja precies, daar halen we af en toe wat fruit op.
Help je mee met de verzorging?

Hendrik van Aken:

Nee, helaas niet, of gelukkig niet.
Als het er een van ons was, zou het er niet zo uitzien.

Lars Aspermühle:

Maar de appels die er vandaan komen zijn best lekker, ook de pruimen.

Pflaumen Streuobstwiese
Pruimenboom in boomgaardweide

Hendrik van Aken:

De verspreide weides dragen natuurlijk nog wel fruit, maar niet zoveel en niet zo stabiel en van zo'n hoge kwaliteit als wanneer ze gesnoeid zouden zijn.

Lars Aspermühle:
Dan even terug naar je ouders en de familieboerderij. Hoe lang bestaat de boerderij al?

Hendrik van Aken:

De LIKK begon als een hobby die in de loop der tijd steeds groter werd. Op een gegeven moment waren er 400 tot 500 schapen. Het was geen club of vrijwilligerswerk meer, maar een bijzaak. Daarom werd er ook een deeltijdbedrijf opgericht.

Lars Aspermühle:

Hoe oud was je toen?

Hendrik van Aken:

Toen het bijbaantje werd opgericht was ik denk ik 18.

En toen duurde het nog een jaar of twee voordat ik er mijn weg in vond. In die tijd heb ik eerst andere dingen geprobeerd.

Maar toen ik 20 was, realiseerde ik me dat ik het echt wilde doen.
Op mijn 21e ben ik fulltime gaan werken en heb ik langzaam de deeltijdboerderij overgenomen.

2022 We hebben een BV opgericht die naast de boerderij draaide. Deze deed dan een heleboel verschillende dingen.

De B.V. bood verzorgingsmaatregelen aan op boomgaarden, de verwerking en marketing van fruit, gewoon alles eromheen.

Apfel Streuobstwiese
Appelboom op boomgaardweide

Lars Aspermühle:

Dus een divers portfolio? Hoeveel en welke gebieden bestrijkt uw bedrijf?

Hendrik van Aken:

Ja, precies, d.w.z. galateelt, fruitverwerking, landbouwactiviteiten en brandhoutproductie.

Dus we hebben een brede basis en het nevenbedrijf loopt tegelijkertijd nog en moet dan geleidelijk worden omgezet zodat het op een gegeven moment een hoofdbedrijf wordt.

Maar de GmbH en het bedrijf zijn met elkaar verbonden omdat ze een boerengemeenschap zijn.

Lars Aspermühle:

Hebben jullie genoeg werknemers en is het moeilijk om geschikte werknemers te vinden?

Hendrik van Aken:

Ja, dat hebben we. Nicholas Roden is hier negen jaar geleden begonnen.

En dat ging vrij snel, ik denk binnen twee of drie jaar, dat we het heel goed met elkaar konden vinden en hij is bij het bedrijf gekomen en is nu ook mede-eigenaar en directeur.

We doen alles samen, Nick en ik.

We hebben ook verschillende medewerkers en sinds een jaar hebben we een vrouwelijke medewerker op de biologisch-dynamische opleiding van Demeter. Dat is natuurlijk ook heel belangrijk.

We zijn Bioland-gecertificeerd en gekoppeld aan het Demeter-trainingsprogramma.
Dus dat kan ook, je hoeft niet Demeter-gecertificeerd te zijn om deel te nemen aan het Demeter-trainingsprogramma.
Als onderdeel hiervan hebben we momenteel een fulltime stagiair en een andere medewerker met een halftijdse functie die meehelpt in de productie.

Team Niederrhein Destille
Niederrhein Distille medewerkers

Lars Aspermühle:

Dat is dus eigenlijk een relatief klein aantal medewerkers voor het volume dat jullie hebben. Ik had eigenlijk meer verwacht.

Hendrik van Aken:

Ja, dus we zouden zeker een medewerker meer kunnen gebruiken, maar dat moet je ook financieren.

Lars Aspermühle:

Laten we het misschien even bij het onderwerp certificering houden.

Je hebt dus net Bioland en Demeter genoemd.
Wat kenmerkt de certificering en aan welke criteria moet je daarvoor voldoen?

Hendrik van Aken:

Nou, er is de EC biologische certificering, dat is de basis certificering.

Lars Aspermühle:

Dus die met het normale biologische label, wat je kent uit de supermarkt?

Hendrik van Aken:

Precies, het standaard biologische label.

In de akkerbouw of groenteteelt betekent dit dat je geen chemische sprays mag gebruiken, zoals pesticiden en herbiciden, maar een zeer, zeer beperkt gebruik van pesticiden.

Wat je wel mag gebruiken, net als bij andere certificeringen, zijn bijvoorbeeld koperpreparaten.

Ik vind het altijd leuk om dat te vermelden, omdat we het hier niet gebruiken.

We vermelden altijd expliciet op onze producten en producten die fruit bevatten dat we geen koperpreparaten gebruiken.

Lars Aspermühle:

Waarom is dat?

Hendrik van Aken:

Koper is een zwaar metaal dat zich ophoopt in blijvende teelten.

Dat betekent dat als je elk jaar koper toepast, je koper als zwaar metaal ophoopt in de bodem.

Lars Aspermühle:

Net als bij normale bestrijdingsmiddelen, hoe meer je erop smeert, hoe meer het zich ophoopt?


Hendrik van Aken:

Ja, je zou zelfs kunnen zeggen dat het qua ophoping bijna erger is dan sommige andere dingen.

Het heeft andere effecten op het menselijk lichaam.
Het is geen genoom-editing of iets dergelijks, wat de andere dingen wel kunnen doen, maar het is ook watergebonden. Dus organismen zouden het niet moeten krijgen. Het is in ieder geval niet gezond.

Commentaar van Aspermühle:

De wettelijke basis voor biologische landbouw is de EU-verordening voor biologische landbouw.

Deze wordt aangevuld door verschillende richtlijnen van particuliere organisaties, waarvan sommige strengere criteria voorschrijven voor het verbouwen van planten en het houden van dieren.

De bekendste zijn Bioland, Naturland en Demeter.

De volgende video geeft een overzicht van de verschillende biologische organisaties en biologische keurmerken.


Lars Aspermühle:

Zou dat bijvoorbeeld een vereiste zijn bij Bioland of Demeter?

Hendrik van Aken:

Er zijn meer beperkingen en je moet voorzichtiger zijn met hoeveel je gebruikt.
Maar bij zowel Bioland als Demeter mag je het gebruiken.

Lars Aspermühle:

Maar je hebt nog steeds wat strengere regels.

Hendrik van Aken:

Over het algemeen heb je dat altijd met kopergebruik. Je kunt niet zomaar zoveel toevoegen als je wilt.

Natuurlijk is het allemaal sterk gereguleerd, zodat je echt de juiste doses toepast.

Zelfs in de niet-biologische landbouw kun je natuurlijk niet zomaar overal koper strooien.

Lars Aspermühle:

Het gebruik van pesticiden is tenslotte ook gereguleerd en beperkt.

Hendrik van Aken:

Ja, het is allemaal gereglementeerd en ook verstandig gereglementeerd.
En het is hetzelfde met koper, of het nu biologisch of niet-biologisch is.
Het is allemaal voorzien van verstandige drempels.

Voor ons is het gewoon zo dat we er in een boomgaard op vertrouwen dat het systeem zichzelf in circulatie houdt en idealiter hebben we genoeg fruit zodat er genoeg overblijft voor andere organismen en we die niet direct hoeven te bestrijden.

Lars Aspermühle:

Laten we het gewoon houden op het onderwerp ongediertebestrijding.
Koper, je hebt het nu al gezegd, is uit den boze.
We hadden al eerder de schapen die de kersen wegvreten.
Wat zouden andere opties zijn voor natuurlijke ongediertebestrijding?

Hendrik van Aken:

We hebben eigenlijk geen actieve plaagbestrijding, want dat is voor ons geen issue.
Onze klanten zijn eigenlijk relatief gewend aan het feit dat we een natuurlijk bedrijf zijn en aan bepaalde dingen onderhevig zijn.

Zo zijn er soms jaren dat we geen Boskop hebben.
Eens, want Boskop is een wisselappel. Om de twee jaar heeft hij een goede oogst.
Dat betekent dat hij het andere jaar een slechte oogst heeft.
En soms is het hetzelfde met misoogsten of plagen.
Het komt dus voor dat we plagen hebben en dat we ook probleemgebieden hebben. Vooral in droge jaren zijn er gewoon meer plagen.

Schafe natürliche Schädlingsbekämpfung

Maar ik zou nooit met een pesticidespuit op pad gaan om plagen te doden.

Het maakt me eigenlijk niet uit of het koper is of iets anders.
Het negatieve effect dat je hebt op de andere organismen is iets wat je niet wilt en dat is niet ons doel.

Idealiter zouden de boomgaarden zo geplant moeten worden dat we überhaupt niet zo'n hoge plaagdruk krijgen.
Dat betekent dat als we een weiland hebben waar we 200 bomen willen, ik daar geen 200 Boskopbomen ga planten.

Lars Aspermühle:

Logisch, zodat je er wat variatie in hebt zeg maar?

Hendrik van Aken:

Precies, want als er een plaag is die de appelaanzet aantast in de vroege vruchtzetting of een plaag in het midden van de vrucht die op Boskop zit, dan heeft die het makkelijk en valt natuurlijk alle bomen aan.

En als je wisselende gewassen hebt, dan hebben ze het niet zo makkelijk.

Lars Aspermühle:

Dus eigenlijk precies hetzelfde probleem dat we nu hebben met de sparren?
Je hebt een monocultuur van sparren, de schorskever komt binnen en alles sterft af, wat je niet zou hebben met een gemengd bos.

Reactie Aspermühle:

Je kunt meer informatie over monoculturen en de schorskever vinden in onze gids 'De schorskever tussen bosbouw en bosnatuurbehoud'.


Hendrik van Aken:

Bastkevers zijn één probleem. Klimaatfactoren zijn belangrijk voor bomen.
Maar dat is precies dezelfde reden waarom we niet vertrouwen op monoculturen.

Als de hele weide vol staat met Boskop en in een jaar niet genoeg water krijgt omdat het een lokale appel is die gewend is aan veel regenval, dan raak ik geïrriteerd en is het allemaal weg.

Maar als ik 3, 4, 5 verschillende variëteiten heb, dan heb ik er misschien nog 3 of 4 waar ik op terug kan vallen, waar de oogst gelukt is.

Dat is eigenlijk onze manier om ongedierte onder controle te houden, door simpelweg een gevarieerde structuur te hebben.
Het is echter ook belangrijk dat dit in evenwicht is met winstgevendheid.
Dat is een van de redenen waarom boomgaarden op dit moment niet meer zo goed werken.

De boomgaarden die hier vroeger werden aangeplant en waarvan er op dit moment nog steeds een aantal worden aangeplant, zijn variëteitentuinen.

Dit betekent dat als er 50 bomen staan, het heel goed mogelijk is dat er 25 verschillende variëteiten zijn, 2 bomen van elke variëteit.

Deze rijpen met een vertraging, waarbij de eerste rijpt in augustus en de laatste begin december.

Als je daar gaat kijken hoe de bomen worden geoogst, raak je steeds geïrriteerd omdat je maar 2 bomen tegelijk kunt oogsten.

Lars Aspermühle:



Je moet de machine instellen, daarna weer schoonmaken en dat voor 2 bomen. Dat is onzin.


Hier vind je deel 1 van de video over boomgaarden en het veelzijdige gebruik van de geoogste appels.


Hendrik van Aken:

Op dit moment is het nog zo dat als je een appel plukt uit de weide boomgaard, bijvoorbeeld Boskop, dan is er hier geen weiland waar 15 of 20 Boskop bomen in een groep staan en die je allemaal tegelijk kunt oogsten.

Het is altijd zo, ik heb hier een weiland waar 2 Boskop bomen staan en ik heb een ander weiland waar weer 2 bomen staan.

Dus dat betekent dat ik naar Bedburg-Hau rijd naar Loosenhof, waar 3 bomen staan.
Dan rijd ik naar Keppeln naar de boerderij, waar 3 bomen staan en dan naar de buurman, die ook 2 bomen heeft.
En dat is de structuur die we nu hebben.
Het is dus heel divers, omdat dit vroeger allemaal zelfvoorzienende weiden waren.
Ze hadden gewoon veel verschillende soorten.

Lars Aspermühle:

Die dan ook nog eens een gespreide opbrengst moesten geven, zodat je min of meer het hele jaar door bevoorraad werd.

Hendrik van Aken:

Precies, zodat je het hele seizoen bevoorraad werd.

Dat was het doel, maar in die tijd leven we niet meer.
We leven in een gecentraliseerd bevoorradingssysteem.
Er zijn een paar mensen die het voedsel verbouwen en dus aan meer mensen leveren. En daar moeten we op de een of andere manier rekening mee houden.

Dat is de afgelopen 30 tot 40 jaar niet gedaan in de boomgaard. We zijn daar 10 jaar geleden mee begonnen.
We hebben nu nieuwe weiden gecreëerd die gewoon een modern ontwerp hebben.
Maar niet zo modern dat we monoculturen creëren, maar met een gezonde dosis gezond verstand erachter, zodat het nog steeds divers is maar wel economisch kan worden geoogst.

Lars Aspermühle:

Hoe zou je bijvoorbeeld oogsten in het geval van een weideboomgaard? Oogsten jullie met de hand?

Hendrik van Aken:

Als we dessertfruit maken dat we in de winkel willen verkopen, dan wordt het geplukt.

Als we verwerkt fruit hebben, afhankelijk van wat we maken, voor distillaten, dan plukken we het soms ook. Afhankelijk van wat het nu is. Dus kersen moeten voor ons geplukt worden.

We hebben nog niet de technologie voor shakers bijvoorbeeld.

Appels en peren kunnen ook geschud worden. Je kunt zo'n schudmachine ook op de trekker aansluiten.

Lars Aspermühle:

Voor verwerking tot sap of iets dergelijks maakt het waarschijnlijk niet uit?

Hendrik van Aken:

Ze kunnen het pakken als ze vallen en worden dan snel verwerkt.
Wat hebben we nog meer? Pruimen, mirabelpruimen, renekloden, die moeten allemaal geplukt worden.

Je moet een goed opvangnet en transporttechniek hebben zodat ze niet beschadigd raken.
Maar dan wordt alles gewoon met de hand geplukt.

Lars Aspermühle:

Welke soorten groenten en fruit verbouwen jullie of welke producten omvat jullie assortiment en waar verwerken jullie je producten voor?

Leinblüte
Leinblüten

Nou, als je naar het grotere plaatje kijkt, dan hebben we natuurlijk akkerbouw.
Dus allereerst hebben we 25 hectare biologische akkerbouw. We produceren einkorn, een oud graan, lijnzaad, rogge, tarwe en gerst.
De vorige zijn allemaal voor de voedselproductie.
Dus alles voor bakgraan of bakzaad voor regionale bakkerijen.
En ook het lijnzaad voor een paar oliemolens.

Leinfeld
Zaadcapsules van lijnzaadbloemen

Lars Aspermühle: Of bijvoorbeeld voor de Aspermühle. :)

Hendrik van Aken:

Precies.

We hebben gerst, zowel als voedergerst, die naar regionale biologische boerderijen hier gaat, als brouwgerst, die naar onze distilleerderij en naar regionale brouwerijen gaat.
Dan produceren we ook veldbonen, soms als peulvrucht, als vanggewas.

Lars Aspermühle:

Om de grond weer te verrijken?

Hendrik van Aken:

Precies, om de grond te verrijken met stikstof. Het is ook een hoofdgewas.
Maar we doen het altijd tussendoor voor stikstofverrijking,
om los te maken, omdat we anders erg graandominant zijn.
Maar dan gaat het ook naar melkveebedrijven om te voeren.

Dat is het in de akkerbouw.

Mispeln am Strauch
Mispel aan de struik

In de fruitteelt hebben we appel, peer, mirabelle, pruim, renegade, kers en kweepeer.
Ik denk dat dat alles is.
Er zijn ook een paar wilde fruitsoorten, vooral kersenpruim en een paar mispels, maar daar doen we nog niets mee.

Aspermühle commentaar

Je kunt meer informatie over mispels vinden in onze gids 'Zeldzame en vergeten voedingsmiddelen en hun belang vandaag de dag'.


Lars Aspermühle:

Ze hebben ook een speciale smaak en worden heel snel papperig.

Henrik van Aken:

Ze hebben een geweldige smaak in distillaat.

Vergelijkbaar met sleepruimen. Als je erin bijt, smaken ze niet bijzonder lekker, maar als distillaat zijn ze erg opwindend.

Schlehen am Strauch
Schlehenstrauch

Lars Aspermühle:

Dat klopt, rauwe sleedoorn smaakt nogal apart, maar gekookt met suiker en dan gebruikt als jam, komt de smaak echt tot zijn recht en wordt het echt heerlijk.

Hendrik van Aken:

Absoluut.

Appelsap Hof Berkhöfel
Appelsap Hof Berkhöfel

Apfelkruid Hof Berkhöfel
Appelstroop Hof Berkhöfel


Daarna maken we verschillende dingen van het fruit.
Dat heet appelsap en appelstroop. Soms ook gedroogde appelringen.
En dan, meer recent, distillaten zoals brandewijn, likeur, sterke drank, whisky en graan, altijd gemaakt van onze eigen grondstoffen.

Appelringen Hof Berkhöfel
Appelringen Hof Berkhöfel

Distilleerderij Niederrhein
Distilleerderij Niederrhein


Lars Aspermühle:

Perfect, zo moet het zijn.