Interview met Hendrik van Aken van Hof Berkhöfel, deel 2

Hednrik van Aken
Hendrik van Aken van Hof Berkhöfel

Hier volgt nu het tweede deel van het interview met Hendrik van Aken van Hof Berkhöfel, oftewel de Niederrhein Destille.

Lars Aspermühle:

En hoe gaat het dan, als jullie bijvoorbeeld een fruitbrandewijn maken?
Hoeveel basisproduct is er nodig voor een liter brandewijn, dus voor een liter eindproduct?

Hendrik van Aken:

Wacht even, dat moet ik even uitrekenen.
Iets minder dan tien kilo.

Lars Aspermühle:

Zoveel? Dat is toch wel een flinke hoeveelheid.

Hendrik van Aken:

Fruitbrandewijnen zijn uiterst inefficiënt wat betreft de opbrengst van de grondstoffen.

Lars Aspermühle:

Wat zijn jullie distributiekanalen en hoe vinden jullie jullie afnemers? Wie zijn jullie afnemers?

Hendrik van Aken:

We hebben echt heel veel verschillende benaderingen uitgeprobeerd.
We hadden hier een zelfbedieningswinkel, we hadden een wekelijkse markt georganiseerd met online voorbestellingen, de zogenaamde Marktschwärmer. Maar dat is allemaal niet zo goed van de grond gekomen als we ons hadden voorgesteld.

Opmerking Aspermühle:

Het Marktschwärmer-principe is in 2011 in Frankrijk ontstaan en is sindsdien gestaag uitgebreid naar andere Europese landen.

Achter het principe schuilt het idee van directe verkoop van de producent aan de eindklant.

De eindklanten bestellen op het Marktschwärmer-platform rechtstreeks online bij de producent, betalen ook vooraf en halen de goederen vervolgens op bij bepaalde afhaalpunten.

Dit systeem wordt bijvoorbeeld ook gebruikt bij de Solawi, die in het interview met Andreas Münnig wordt beschreven.

De aanpak van Marktschwärmer helpt om de voedselproducenten weer dichter bij de consument te brengen en zo ook de waardering voor voedsel te vergroten.

Bovendien blijft er op deze manier natuurlijk ook meer geld over voor de producent.

Sinds 2025 werkt Marktschwärmer bovendien samen met CrowdFarming, dat eveneens een platform is voor de directe verkoop van levensmiddelen.

De volgende video geeft nogmaals een kort overzicht van het onderwerp Marktschwärmer.


Hendrik van Aken:

Over het algemeen was dat moeilijk, omdat onze focus altijd op de voedselproductie lag. De vraag was daarvoor simpelweg te klein – dat was uiteindelijk het centrale probleem. Daarnaast was men niet altijd bereid om meer voor onze producten te betalen dan in de conventionele handel. Daardoor konden we de hoeveelheden niet verkopen in de omvang die we nodig hadden.

Daarop hebben we besloten om het geheel voorlopig wat terug te schroeven en op zoek te gaan naar mogelijkheden die dit op de lange termijn kunnen ondersteunen. Een belangrijk punt daarbij is de nog ontbrekende structuur van onze boomgaarden, waar ik zojuist al op heb gewezen. Daardoor is het fruit momenteel aanzienlijk duurder dan het zou zijn bij een goed uitgebouwde structuur.

Lars Aspermühle:

Omdat jullie natuurlijk heen en weer moeten rijden en daardoor tijd en geld kwijt zijn.


Hendrik van Aken:

Precies. In de huidige vorm is het simpelweg te duur.

Daarom wachten we tot onze weiden de nodige structuur hebben bereikt om dit economisch zinvol en tegelijkertijd aantrekkelijk voor de klanten te kunnen realiseren. Dat zal naar verwachting nog drie tot vier jaar duren.

Daarnaast hebben we nagedacht over welke gebieden we in de tussentijd parallel sterker kunnen ontwikkelen, als een soort trekpaard. Een van die gebieden is de akkerbouw, die zich steeds meer stabiliseert en op termijn zelfvoorzienend zal zijn. Dat werkt inmiddels heel goed.

De afzetkanalen verschillen hier echter. We richten ons specifiek op samenwerking met verwerkende bedrijven. Dat is weliswaar ook een vorm van directe verkoop, maar richt zich niet op eindconsumenten – een zak graan is voor de meeste huishoudens simpelweg niet praktisch. In plaats daarvan richten we ons specifiek op verwerkende of veredelende bedrijven, zoals bakkerijen of oliemolens. Dat werkt heel goed.

Lars Aspermühle:

Die op hun beurt weer hun weg vinden naar de detailhandel.

Hendrik van Aken:

Precies, deze bedrijven beschikken meestal over eigen afzetstructuren. Voorbeelden hiervan zijn de Kriemhild-Mühle in Xanten, de Aspermühle of bakkerij Schomaker.

Kriemhild Mühle in Xanten
Kriemhild-Mühle Xanten - Siegfriedspektakel

Lars Aspermühle:

En hoe ziet het andere distributiekanaal eruit? Hoe vindt men afnemers in de akkerbouw?

Hendrik van Aken:

Veel bellen – echt heel veel bellen. Reclame maken, niet bang zijn en mensen rechtstreeks aanspreken. Je moet er ook rekening mee houden dat het niet altijd lukt en dat je soms ook een keer op je neus gaat.

We richten ons daarbij ook op niches. We verbouwen bijvoorbeeld lijnzaad – dat doet hier in de regio verder niemand, en ook in de wijde omgeving zijn er nauwelijks bedrijven die dat verbouwen.

Lars Aspermühle:

Eerlijk gezegd ben ik nog nooit bewust in aanraking gekomen met lijnzaad uit Duitsland.

Hendrik van Aken:

Dat komt doordat ongeveer 90 procent van de goederen in dit land uit Kazachstan komt.

Lars Aspermühle:

Dat betekent dus dat zelfs als je lijnzaad in de biowinkel koopt, het meestal geen product uit Duitsland is?

Hendrik van Aken:

Precies. Ons product is dan ook duurder, en dan rijst vaak de vraag hoe dat kan, ondanks de korte transportafstanden. Een doorslaggevende factor zijn de loonkosten.

Lars Aspermühle:

Dat wilde ik net zeggen. Enerzijds de loonkosten en anderzijds andere kosten, zoals brandstof, die ook hoger zijn dan bijvoorbeeld in Kazachstan.

Hendrik van Aken:

Interessant genoeg maken de transportkosten bij geïmporteerde goederen een aanzienlijk deel van de kosten uit, wat vanuit ecologisch oogpunt natuurlijk ook niet zonder problemen is.

De randvoorwaarden zijn daar simpelweg anders. In veel van deze landen bestaat er geen minimumloon zoals wij dat kennen. Ik ken de loonkosten in Kazachstan niet, maar in Oekraïne bijvoorbeeld – dat een sterke concurrent is voor onze regionale landbouw – ligt het maandsalaris in de landbouw rond de 200 euro. Met onze loonkosten van meer dan twaalf euro per uur kun je daar simpelweg niet tegenop. Dat onderbiedt de prijzen en is natuurlijk lastig.

Maar wat ik wel spannend vind: we kunnen ons toch staande houden. Er is een zekere waardering bij sommige afnemers, die zeggen: „Het maakt me niet uit als het 20 cent meer per kilo kost – dat is het me waard.”

Hendrik im Leinfeld
Hendrik van Aken in het vlasveld

Lars Aspermühle:

Vooral omdat dat, uitgerekend over een grote hoeveelheid, vaak helemaal niet zo sterk opvalt.

Hendrik van Aken:

Precies, bij sommigen valt het nauwelijks op, bij anderen wel. Uiteindelijk is het een kwestie van prioriteiten. Wie uitsluitend naar de prijs kijkt, kan natuurlijk ook grote hoeveelheden palletgoederen kopen.

Dat zie je ook terug in onze prijsstelling: als iemand drie zakken afneemt, is dat iets anders dan wanneer iemand twee ton afneemt. De transport- en logistieke kosten verschillen enorm.

Lars Aspermühle:

Dat is bij ons vergelijkbaar: een klant die twee ton koopt, is iets anders dan een eindklant die 250 gram in de winkel bestelt.

De werkdruk bij kleine eenheden verschilt aanzienlijk. Als we bij ons een product in kleine eenheden afvullen, betekent dat veel meer werk. We halen de grote verpakking op, moeten in beschermende kleding werken, overvullen, etiketteren, sealen en vervolgens alles grondig reinigen.

Bij grotere eenheden is dat een stuk eenvoudiger. Een pallet wordt overgepakt en de inspanning is in totaal minder.

Hendrik van Aken:

Een grootverpakking is vaak zelfs makkelijker te hanteren.

Lars Aspermühle:

Ja, en je hebt minder nabewerking – geen vervuiling, minder schoonmaken.

Hendrik van Aken:

Dat is bij ons precies zo. Als ik een bigbag kan verkopen, heb ik daar duidelijk de voorkeur aan boven een zak van 25 kilo – puur vanuit het oogpunt van werk.

Lars Aspermühle:

Ja, precies. Zo is het.

Hendrik van Aken:

Op andere gebieden hebben we inmiddels veel teruggeschroefd.

We runnen hier nog steeds onze kleine boerderijwinkel, waar vooral appelsap, appelmoes en appelcider uit eigen landbouwproductie worden aangeboden. De overige focus ligt inmiddels op distillaten.

Voor deze producten – zowel de distillaten als de boerderijwinkelartikelen – hebben we vorig jaar een nieuwe marketingstrategie ontwikkeld: evenementen. Dat betekent dat we hier maandelijks openbare evenementen aanbieden waarvoor geïnteresseerden zich kunnen aanmelden. Daarnaast beschikken we over een evenementenruimte die ook door particuliere groepen, inclusief personeel, kan worden gereserveerd. Inhoudelijk is het een mix van evenementen gericht op genieten en educatie.

Veranstaltung in der Niederrhein Destille
Evenement in de Niederrhein Destille

Lars Aspermühle:

Dat betekent dat jullie kennis over de producten overbrengen en deze tegelijkertijd aan de man en de vrouw brengen?

Hendrik van Aken:

Precies. En dat werkt uitstekend. De mensen zitten dan ongeveer drie uur hier, vinden het leuk om de verschillende producten te proeven en meer te weten te komen over de achtergronden.

Als het lukt om ze in die tijd enthousiast te maken, nemen velen daarna ook iets mee – vooral datgene wat ze bijzonder lekker vonden. Dat is ook het grote voordeel: je koopt niet in het duister. De producten worden van tevoren geproefd, dus je weet precies wat je koopt. Niemand geeft veel geld uit aan een hoogwaardige sterke drank om er thuis vervolgens achter te komen dat deze helemaal niet bij je past.

Dit werkt echt heel goed, en daar hebben we inmiddels onze focus op gelegd.

Niederrhein Destille
Distilleerderij en whiskyvaten

Lars Aspermühle:

Heel goed.
En dat gaat natuurlijk ook rond. Als je eenmaal aan zo'n evenement hebt deelgenomen en het leuk vond, vertel je dat natuurlijk ook door.

Hendrik van Aken:

Ja, precies – dat werkt inderdaad heel goed.

Lars Aspermühle:

Heel mooi, dat is een goed idee.

Hendrik van Aken:

Verder zijn weekmarkten een ander, nog relatief nieuw verkoopkanaal voor ons.

Lars Aspermühle:

Ik heb jullie producten al gezien in de biologische winkel in Kleve.

Hendrik van Aken:

Ja, maar eerder sporadisch, niet permanent.

In principe werk ik heel graag samen met biologische winkels. De afzet is daar voor ons echter niet bijzonder hoog – ook omdat we niet genoeg energie in dit segment hebben gestoken. In de toekomst willen we dit weer uitbreiden, zowel de productie als de marketing van levensmiddelen.

In zoverre is het ook begrijpelijk dat de focus in de biologische winkel momenteel niet zo sterk op onze producten ligt – bij ons is die op dit moment immers ook minder. Dat zal in de toekomst weer veranderen.

Lars Aspermühle:

Maar dat is ook lastig, want in de biologische winkel komen er extra toeslagen bij.

Hendrik van Aken:

Ja, dat geldt niet alleen voor biologische winkels, maar in het algemeen voor de levensmiddelenhandel – daar worden doorgaans marges van ongeveer 25 tot 35 procent gehanteerd.

Lars Aspermühle:

Precies. We hebben dat ook eens geprobeerd bij verschillende biologische winkels, maar dat werkte niet zo goed, omdat we producten van zeer hoge kwaliteit verkopen en juist kleinere verpakkingen, die men in de biologische winkel doorgaans verkoopt, dan een vrij hoge basisprijs hebben. Dan zijn onze prijzen in de online-directe verkoop natuurlijk goedkoper.

Hendrik van Aken:

Daarom richten we ons momenteel vooral op directe verkoop. Dat is voor ons op dit moment het interessantst en ook voor de klanten het meest begrijpelijk. Als we in de toekomst verder zijn gegroeid, zullen we ons ook weer sterker richten op de levensmiddelenhandel.

Bioladen Kleve
Biowinkel Kleve

Lars Aspermühle:

Dat betekent dat jullie je op dit moment vooral richten op houdbare producten, als je het zo kunt zeggen?

Hendrik van Aken:

Bij gedistilleerde dranken?

Lars Aspermühle:

Ja, bij distillaten zeker.

Hendrik van Aken:

Hoewel we daar bewust een onderscheid maken. Voor ons zijn dat geen klassieke levensmiddelen, maar genotsmiddelen. Dat onderscheid is voor ons echt belangrijk.

Lars Aspermühle:

Oké.

Hendrik van Aken:

Bij levensmiddelen speelt de prijs nu eenmaal een grote rol. Dat is gewoon een feit – ook al kan het bij bepaalde klantengroepen iets anders zijn, deels ook bij ons. Maar over het algemeen ligt de focus daar minder op kwaliteit alleen, maar sterk op de prijs, en hoogwaardige producten blijven eerder een niche.

Bij genotmiddelen is het precies andersom. Daarom hebben we ook voor de distillaten gekozen. Genotmiddelen koop je eerder af en toe, en dan staat de kwaliteit op de voorgrond – de prijs is minder doorslaggevend.

Lars Aspermühle:

Ja, dat begrijp ik.

Hendrik van Aken:

Daarom hebben we heel bewust gezegd: we gaan ons een paar jaar lang concentreren op de productie van genotmiddelen, om daarmee de voedselproductie mee te trekken, mee op te bouwen en de structuren te laten groeien.

Lars Aspermühle:

Goed idee.

Hendrik van Aken:

Ons doel is om later weer sterker in te stappen in de regionale voedselvoorziening, en dat tegen prijzen die voor mensen betaalbaar zijn. Want voedsel zou idealiter betaalbaar moeten zijn – zeker als het om basisvoedingsmiddelen gaat.

Lars Aspermühle:

Precies.

Hendrik van Aken:

We produceren in wezen veel basisvoedingsmiddelen. Als deze te duur zijn, kunnen veel mensen ze zich niet meer veroorloven – en dan mis je uiteindelijk je eigen doelgroep, namelijk de bevolking.

Lars Aspermühle:

Ja, precies. En over het algemeen zijn de producten die jullie produceren ook langer houdbaar. Granen en oliehoudende zaden zijn goed te bewaren, terwijl dat bij verse groenten of fruit aanzienlijk moeilijker is.

Hendrik van Aken:

Precies. Producten zoals appelsap of appelmoes zijn goed te bewaren en kunnen het hele jaar door worden verkocht.

Apfelkraut vom Hof Berkhöfel
Apfelkraut Niederrhein Destille

Lars Aspermühle:

Ja.

Hendrik van Aken:

Op de lange termijn willen we ons echter ook weer meer gaan richten op vers fruit. Op dit moment is dat echter nog utopisch.

Lars Aspermühle:

Ja, dat is lastig. Wat maken jullie eigenlijk van de kweeperen? Je had het daarnet over kweeperen.

Hendrik van Aken:

Kweeperenbrandewijn.

Lars Aspermühle:

Dus vooral voor de distilleerderij?

Hendrik van Aken:

Precies. We maken ook af en toe kweepeersap, maar de focus ligt duidelijk op de brandewijn.

Lars Aspermühle:

We hebben ook een kweepeerboom in de tuin, die stond dit jaar volop in bloei.

Quittenblüte
Kweepeerbloesems

Hendrik van Aken:

Als jullie er te veel hebben, mogen jullie die gerust langsbrengen.

Lars Aspermühle:

Oh, nee, die zijn al allemaal verwerkt.
Ik gebruik de recepten ook meteen voor de blog op onze website.

We hebben heel veel gemaakt, natuurlijk eerst een gewone kweepeercompote, daarna hebben we kweeperenbrood gebakken. Dat is echt heerlijk.
Vervolgens een kweepeerchutney en gelei van kweeperen en natuurlijk siroop.

Ik was zo blij, want ik had de boom na de bloei nog eens gesnoeid, omdat hij veel te vol was en de takken anders gewoon zouden zijn afgebroken.
En toch hadden we twee bakken vol met kweeperen.
Dat was al heel goed.

Quitten am Baum
Kweeperen aan de boom

Lars Aspermühle:

Wat me nog interesseert: ik zag daarnet bij jullie vaten ook mout.
Maken jullie dat zelf of zijn dat basisproducten die jullie inkopen?

Hendrik van Aken:

De vraag is eerder hoeveel tijd je hebt.
Over mout zouden we een heel interview kunnen houden – geen grap, daar kunnen we makkelijk tweeënhalf uur over praten.

Lars Aspermühle:

Ik heb tijd.

Uiteindelijk gaat het voor mij om: wat past erin, wat vind ik spannend. En als ik iets interessant vind, dan gebruik ik het ook. Tot nu toe pakt dat heel goed uit.

Hendrik van Aken:

Mout is voor ons uiterst relevant – zowel bij de productie van distillaten als voor de regionale brouwerij-industrie. Elk bier bevat mout, en ook in klassiek geproduceerde whisky speelt het een centrale rol. Als je op traditionele wijze alcohol wilt maken van graan – bij ons in de regio bijvoorbeeld koren – is ook een aandeel mout nodig.

De fundamentele vraag is natuurlijk eerst: wat is mout eigenlijk? Dat weten maar weinig mensen.
Mout is in feite niets anders dan gekiemd graan. Bij de productie van alcohol hebben we suiker en gist nodig. De gist zet dan een gistingsproces in gang, waarbij het de suiker metaboliseert en daarbij alcohol produceert.

Gerstenfeld
Gerstveld met kamille

Lars Aspermühle:

En idealiter een die je niet doodt. :)

Hendrik van Aken:

Precies. Bij fruit is dat relatief eenvoudig. Je neemt het fruit, maalt het fijn, voegt gist toe en het begint vanzelf te gisten.
Bij graan werkt dat niet zo, omdat het voornamelijk zetmeel bevat.

Lars Aspermühle:

Dat is te moeilijk af te breken.

Hendrik van Aken:

Precies. De gist kan in eerste instantie niets met zetmeel beginnen.
En toch is zetmeel in feite ook een vorm van suiker.

Lars Aspermühle:

Een koolhydraat.

Hendrik van Aken:

Precies, een koolhydraat. Dit zetmeel moet eerst door verschillende enzymen worden omgezet in een vorm die de gist kan verwerken – bijvoorbeeld in maltose. Maltose kan heel goed door gist worden gemetaboliseerd.

Dit proces vindt eigenlijk heel natuurlijk plaats in de plant wanneer deze ontkiemt. Dus wanneer een graankorrel zijn oorspronkelijke functie, namelijk voortplanting, vervult dus in de grond in contact komt met water, opzwelt en begint te ontkiemen, komen er enzymen vrij die het zetmeel in maltose kunnen omzetten

Dit natuurlijke proces wordt nagebootst in de mouterijtechniek. Men neemt graan, voegt water toe om het in kiemstemming te brengen en brengt het vervolgens naar een zogenaamde schuurmouterij. Vroeger waren dat schuurvloeren, tegenwoordig gebeurt dit meestal op betonnen vloeren.
Daar wordt het graan in lagen van ongeveer tien tot zeventien centimeter uitgespreid en op een temperatuur van ongeveer 17 graden gehouden. Het wordt regelmatig gekeerd, zodat het kiemproces gelijkmatig verloopt. Het ontkiemt dan, het zetmeel en de eiwitten worden omgezet en na ongeveer vijf tot zes dagen is dit proces voltooid.

Vervolgens moet het geheel weer worden gedroogd, want tijdens het ontkiemen wordt veel water opgenomen – tot ongeveer 40 procent vocht. Voor een goede houdbaarheid moet het graan echter weer op ongeveer 10 tot 13 procent vochtigheid worden gebracht. Bij mout ligt deze waarde doorgaans zelfs tussen de acht en tien procent.

Het proces van het mouten wordt in de volgende video nogmaals uitgelegd.


Lars Aspermühle:

Ja, dat is bij onze producten ook zo – we zitten altijd rond de acht procent, dat is prima.

Hendrik van Aken:

Acht procent is geweldig, dat is top.
Maar dat betekent ook dat het graan, nadat het is gekiemd, weer moet worden gedroogd.
De afzonderlijke werkstappen zijn tegenwoordig sterk gecentraliseerd. Er zijn hier in de regio nauwelijks nog mouterijen. Dat vraag ik ook vaak tijdens onze evenementen.
Waar is de dichtstbijzijnde mouterij?

Lars Aspermühle:

Münster :)

Hendrik van Aken:

In Münster is er inderdaad een. Daarnaast is er een in Düsseldorf en een in Nederland, in Winterswijk.
Het probleem is echter dat de grote mouterijen geen loonverwerking aanbieden. Als ik daarheen ga en zeg: "Ik heb hier twee ton graan, maak daar alsjeblieft mout van", dan zeggen ze: "Kom maar terug als je 200 ton hebt."

Lars Aspermühle:

Waarschijnlijk is dat niet rendabel, omdat de installaties zo groot zijn en het schoonmaken zo veel werk is.

Hendrik van Aken:

Precies. Ze werken met batches van ongeveer 120 ton per doorloop. Twee ton kun je daar niet zinvol in integreren.
Voor ons was het echter altijd duidelijk: als onze naam op een product staat, dan moeten daar ook onze eigen grondstoffen in zitten. Daar moeten de klanten op kunnen vertrouwen.
En precies daar ligt het probleem als het om whisky gaat. Er is hier geen mouterij die voor ons werkt.

Daarom kocht de Niederrhein-Destille – die al zo'n 18 jaar bestaat en die we ongeveer vier jaar geleden hebben overgenomen – vroeger graan in. Enerzijds omdat het geen landbouwbedrijf was, en anderzijds omdat er in de regio geen bedrijf was dat zelf mout produceerde.

Toen we de distilleerderij overnamen, was dat natuurlijk meteen een centraal thema. Ons doel was duidelijk: 100 procent van onze grondstoffen moest uit de regio of van ons eigen bedrijf komen.

Gerstenmalz
Gerstemout

Lars Aspermühle:

Heel goed.

Hendrik van Aken:

Bij fruit was dat relatief eenvoudig te realiseren. Daar zijn we inmiddels bijna zo ver dat we nauwelijks nog externe grondstoffen nodig hebben.

Bij whisky is dat daarentegen aanzienlijk moeilijker, omdat er simpelweg niemand was die het mouten voor ons kon doen. Inmiddels hebben we een bedrijf in Nederland gevonden dat dit af en toe doet – maar dat is niet betrouwbaar en eerder een tussenoplossing.

Op de lange termijn moeten we dit zelf kunnen doen. Daarom zijn we van plan een geschikt pand te renoveren – idealiter al volgend jaar. Momenteel wachten we nog op de subsidietoezegging van de BLE(Bundesanstalt für Landwirtschaft und Ernährung). Dit maakt deel uit van een groter subsidieproject dat we samen met vier brouwerijen, twee bakkerijen en vele betrokken partners, evenals de Kreis Wesel, op gang hebben gebracht.

Lars Aspermühle:

Oké, wat houdt dat precies in?

Hendrik van Aken:

Het gaat erom regionale waardeketens te versterken – met name in de bakkerij- en brouwerijsector. Het doel is om de graanverwerking weer sterker naar de regio terug te halen.
Concreet betekent dit dat boeren hier ter plaatse de mogelijkheid moeten hebben om hun graan te verwerken – dat wil zeggen te reinigen en te verpakken. Dat is een centraal punt. In het kader van het project zijn wij verantwoordelijk voor het reinigen en verpakken, evenals voor de mouterijtechniek. Als alles volgens plan wordt goedgekeurd, zal dit hier worden geïnstalleerd.

Lars Aspermühle:

Heel goed.

Hendrik van Aken:

Er is al een volgend project in de maak. Een extra subsidieaanvraag om ook weer een molen naar de regio te halen. Want als we graan verwerken voor bakkerijen, hebben die uiteindelijk natuurlijk ook meel nodig, vooral volkorenmeel.
Momenteel zijn er hier in de regio in feite twee bakkerijen die consequent met volkorenmeel werken: de Kriemhild-Mühle en bakkerij Schomacker. Dat is ook een van de redenen waarom we met hen samenwerken.

Lars Aspermühle:

Die bakken naar mijn mening ook het beste brood hier in de omgeving. Dat zijn de twee die me meteen te binnen schieten.

Hendrik van Aken:

Er is nog een bedrijf iets verder weg – „Der konsequente Bäcker”. Die zitten bij Venlo in Nederland en hebben daar meerdere vestigingen, ik geloof zo'n tien. Een of twee daarvan zijn ook in Duitsland. Zij maken eveneens zeer goede producten.
In de biologische winkel in Kleve komt bijvoorbeeld ongeveer de helft van de bakkerijproducten van Schomacker, de andere helft van Der konsequente Bäcker. Beide zijn echt heel goed.

Lars Aspermühle:

Ik ga zelf meestal naar de biologische winkel, omdat de Kriemhild-Mühle voornamelijk op de markt verkoopt – en daar zou ik altijd 's ochtends heen moeten gaan, wat voor mij qua tijd vaak lastig is.

Lars Aspermühle:

Terug naar het onderwerp mout

Hendrik van Aken:

Precies, mout is bij ons een centraal thema.

Whiskey Niederrhein Destille
Whiskey Niederrhein Destille

We hebben vorig jaar de eerste batches geproduceerd – ongeveer 600 liter whisky. Die is nu voor 100 procent afkomstig uit de Nederrijn: dat is onze eigen rogge, hier verwerkt of gemout – in Winterswijk, wat je nog tot de Nederrijn kunt rekenen – en vervolgens bij ons gedistilleerd. Nu ligt hij in het vat en rijpt hij.

Lars Aspermühle:

Perfect, klinkt goed. Hoe lang moet hij rijpen?

Hendrik van Aken:

Dat duurt nog ongeveer zes jaar.
De whisky die we momenteel verkopen, is nog afkomstig van de vorige eigenaren. Die is destijds geproduceerd en op vat gezet. Aan de grondstof kan ik achteraf natuurlijk niets meer veranderen.

Lars Aspermühle:

Het is toch een goed product.

Hendrik van Aken:

Absoluut, het is van zeer hoge kwaliteit. Dat is ambachtelijke traditie uit de regio, die ons bedrijf en alles wat we momenteel opbouwen ondersteunt.
En alles wat we nu nieuw produceren, is volledig gebaseerd op ons eigen graan.

Tot slot nog een video uit de serie SWR Handwerkskunst: Hoe whisky wordt gestookt